KARAKTER
 
In het boek “DE TERRIERS” geschreven door de heer J.W. Smits en mevrouw J.M. Smits- van Duyn, uitgegeven bij Zuidgroep Uitgevers in 1981 wordt er o.a. het volgende over de Glen geschreven:
 
Het is beslist geen schoothondje, maar een robuuste hond met een lang lichaam. Deze terriers zijn in de Benelux niet te koop. Een bekend Nederlands keurmeester, die vaak Ierland bezoekt, was van plan een paar van deze honden uit Ierland mee te nemen. Hij zag er echter van af, omdat deze honden verre van prettig zijn ten opzichte van onbekenden”.
 
Het gaat hier over de bekende keurmeester Jocelyn de Jong die, toen hij de honden bezichtigde, zich tot vlak bij het gaas van de kennel waagde en er zijn hand door wilde steken. De hond, die zich ongetwijfeld bedreigd voelde door de hele situatie, hapte. En hoefde niet mee naar Nederland.
Dertig jaar later heeft de praktijk uitgewezen dat bovenstaande omschrijving absoluut niet klopt.
 
De Glen als huishond
Rust en stabiliteit zijn twee woorden die een goede omschrijving geven van het karakter van de Glen. De hond is tegemoetkomend naar vreemden, maar nooit opdringerig. Bezoek wordt vriendelijk verwelkomd en daarna met rust gelaten. Hij is zeer aanhankelijk en trouw naar zijn mensen. Met kinderen is hij betrouwbaar en tolerant. Met de heel kleinen is hij opvallend voorzichtig en zal ze niet omver springen. Het is echter niet aan te raden om kinderen uit wandelen te sturen met de hond omdat hij hen omver zou kunnen trekken.
 
Hij is er op gefokt is om stil te zijn tijdens het werk. Tijdens dat werk komt een behoorlijke dosis opwinding kijken en toch mag hij niet blaffen of piepen. Dit houdt in dat ook in huiselijk verkeer de hond bij opwinding geen geluid maakt. Hij zal blij tegen u opspringen als u met hem gaat wandelen, maar hij is wel stil. Geen zenuwachtig gepiep of geblaf in de auto op weg naar het bos. Toch is hij geen binnenvetter, zijn emoties zijn heel goed uit zijn lichaamstaal af te lezen. Hierbij speelt de staart een belangrijke rol en gelukkig wordt die niet meer gecoupeerd.
Als waakhond voldoet de Glen uitstekend. Hij heeft een zware, diepe blaf die doet vermoeden dat er een heel grote hond in huis is.
Hij lijkt ongevoelig voor pijn. Dit is schijn, hij voelt pijn wel degelijk maar zal het niet gauw tonen. Indien hij herplaatst wordt in een ander gezin lijkt het ook alsof hij snel gewend is en zijn oude baas meteen is vergeten. Ook dat is maar schijn.
 
Omdat hij er oorspronkelijk op gefokt werd om alleen te werken is aan verdraagzaamheid naar soortgenoten toe nooit aandacht geschonken. Integendeel, tijdens de periode van hondengevechten en het gevecht met de das was het juist een voordeel als de hond vechtlustig was. Bovendien vingen felle honden meer ratten! Gaandeweg echter begonnen sommige fokkers echter in te zien dat dit soort felle honden in onze huidige maatschappij niet meer passen. Dus probeerde men het felle wat af te zwakken door andere fokkeuzes te maken, wat weer tot protest leidde van anderen! Het wezen van de Glen zou immers geweld kunnen worden aangedaan. In hoeverre dat gebeurd is, is moeilijk na te gaan. Feit is dat de hedendaagse Glen over het algemeen goed kan leren omgaan met andere honden mits hij goed gesocialiseerd is.
Maar omdat de hond nu eenmaal over een groot ego beschikt gaat hij voor niemand opzij. Dit gaat vooral op voor rasgenoten, die immers over eenzelfde ego beschikken!
Opvallend is dat de Glen maar heel kort dreigt om vervolgens bliksemsnel tot de aanval over te gaan. De ervaren Gleneigenaar ziet het meestal wel aankomen, maar voor de meesten komt zo’n aanval als een volslagen verrassing. Ook de enorme kracht en woestheid die zo helemaal niet past bij het toch zo vriendelijke uiterlijk is voor de meeste eigenaren een onaangename openbaring.
Een schrale troost: de Glen wint vrijwel altijd, ook van heel grote honden.
 
Zo’n sterke, zelfverzekerde hond vraagt daarom ook om een baas die hem consequent en zelfverzekerd begeleidt. Krijgt hij die leiding niet dan zal hij die zelf gaan nemen. Hij ziet er aandoenlijk uit als pup en blijft ook heel lang vrij kinderlijk. Zijn dominante aard komt pas later tot ontwikkeling en dan is het vaak te laat. Hij is dan een regelneef geworden die met name buiten op straat heel bazig doet tegen andere honden. Naar mensen toe blijft hij vrijwel altijd lief en aanhankelijk, reden dat zijn mensen zijn onaangename optreden buiten maar voor lief nemen. Herplaatsingen vinden dan ook zeer zelden plaats en dan vrijwel alleen nog vanwege persoonlijke omstandigheden.
De Glen vindt het leuk om dingen te doen met zijn baas. Hij is een teamworker, heeft een grote wil “to please”.
 


Tijdens wandelingen loopt hij ook nooit weg, ondanks zijn goed ontwikkelde jachtinstinct. Hij werkt graag en het is niet moeilijk om hem gehoorzaam te krijgen. Daarom scoort hij, mits goed begeleid, altijd heel goed op de hondenschool en op gehoorzaamheidscursussen. Ook behendigheid, mits de toestellen zijn aangepast aan zijn beenlengte, gaat prima.

 
In huis is hij bijzonder rustig, zelfs als hij weinig beweging krijgt. Dit is natuurlijk geen excuus om hem dan maar te laten liggen! Elke dag een flinke wandeling van tenminste een uur waarin hij vrij kan rennen en rondsnuffelen naast de korte, sanitaire, wandelingen heeft hij echt wel nodig.
Mits goed getraind, is hij vrijwel onvermoeibaar. Lange wandelingen zijn geen probleem, maar lopen naast de fiets is, door zijn korte benen, niet aan te raden.
Sommige eigenaren nemen hem wel mee in een mand achterop de fiets, hoewel dit door het gewicht van de hond, tot wel 18 kg, niet voor iedereen een genoegen is.
Bij de meeste Glens is het jachtinstinct nog goed bewaard gebleven. Takkenbossen waaronder bijvoorbeeld een egel overwintert zijn onweerstaanbaar, een hol met een bewoner kan een reden zijn om langer uit zicht te blijven tijdens een wandeling dan normaal. Een wegspringend konijn wordt wel nagejaagd, maar niet lang. Een dier dat gevangen wordt is meteen dood, sommige Glens verscheuren zelfs egels.
Met een kat in huis kan hij goed leren samenleven, een huiskonijn dat normaal gesproken in een hok zit, is niet veilig voor hem. Net zo min als vreemde katten.

De Glen als gebruikshond
De Glen is altijd een echte werkhond geweest, en omdat het houden van meerdere honden veel te duur zou worden moest hij dus op vele fronten inzetbaar zijn.
Allereerst diende hij zich nuttig te maken door het erf rond de boerderij vrij te houden van ongedierte. Ook moest hij waaks zijn. Dat de hond, door zijn brede, zware borstkas, een zware blaf heeft, wat een groter formaat hond doet vermoeden, is een gunstige bijkomstigheid.
Ook in huis diende hij zich nuttig te maken en moest soms vele uren lang het spit draaien!
Als er jachtpartijen op de vos en das georganiseerd werden diende de Glen ook hierbij zijn mannetje te staan. Hoewel eigenlijk te breed voor het vossenhol, kon hij zich er met woest geweld toch wel naar binnen wringen en de vos naar buiten jagen. Daarbij was het heel belangrijk dat de Glen stil was zodat de vos of das niet van te voren wist dat er een belager onder de grond aankwam. Met zijn enorme kracht, moed en temperament kon de Glen de vos of de das onder de grond overmeesteren en mee naar buiten slepen.
De jacht op de das was de specialiteit van de Glen. Het was zelfs zo dat een Glen geen officiële Kampioenstitel van de Ierse Kennelclub kon krijgen als hij niet eerst zijn geschiktheid had bewezen voor de jacht op de das. Daartoe werden er speciale werkproeven georganiseerd. Deze proeven zijn sinds 1968 verboden vanwege hun grote wreedheid. Sinds 1976 is de das in Ierland beschermd en wordt niet meer bejaagd.

Bijna even groot