TRIMSCHEMA

De Irish Glen of Imaal Terriër heeft een dubbele vacht. Een zachte, wollige ondervacht en een dikke, harde bovenvacht.
De harde bovenvacht moet eruit geplukt worden. De onderwol wordt door middel van goed kammen of met een bot trimmesje “eruit gewold”.
Een Glen heeft een zogenaamde stripvacht. Dat wil zeggen, een vacht die je het hele jaar door kunt plukken, maar alleen iedere keer de langste haren. Dat gebeurt dan iedere 3 maanden.
Wordt een Glen geschoren of geknipt, dan krijgt hij een wollige zachte krulvacht die heel snel klitvorming geeft en bovendien vrijwel alle kleur verliest. Bovendien wordt de vacht veel dikker en zal de huid verstikken. Dit geeft veel jeuk en ongemak.
Sommige honden (met name de zg. Brindles) hebben een in aanleg zachte vacht die na enige malen goed plukken uiteindelijk toch de gewenste hardheid krijgt.
Het haar op het hoofd, de buik en de benen blijft echter altijd zachter en wat lichter van kleur dan het haar op de rug.
 
De pup
Op een leeftijd van 12 - 14 weken moet de puppyvacht er helemaal uit. Ook op het hoofd, de benen en de staart. De oortjes worden ook geplukt tot de inkeping.
Meestal komt na 3 maanden de goede harde vacht door en kan met een stripvacht worden begonnen. Soms verdient het echter aanbeveling het hondje nog een keer helemaal kaal te maken, ditmaal met uitzondering van hoofd en beentjes. Die worden dan alleen goed uitgestript.
Vaak overheerst de onderwol bij de Glen. Wordt dat er niet vaak genoeg uitgekamd, dan gaat dat erg klitten. Bovendien komt de bovenvacht dan niet goed door. Dat uitkammen kunt U doen met behulp van een fijne kam of met een bot speciaal uitwolmesje (merk Mikki, blauw heft. Voor linkshandigen is er een apart mesje met een rood heft), het liefst iedere week. Een Glen heeft pas een mooie vacht na ongeveer een tot anderhalf jaar.
 

De volwassen hond
Het hoofd:
De schedel moet zo breed mogelijk lijken. Houdt een haarlengte aan van + 4 cm rondom. Blijf wel altijd goed uitplukken om te vermijden dat de hond op den duur een heel wit pluizig gezicht krijgt met lelijk verkleurde plekken rondom de mond.
De stop moet duidelijk zichtbaar zijn, accentueer zonodig.
Het hoofdhaar gaat geleidelijk over in de nek. Houdt de nek zelf vrij kort zodat hij langer lijkt.


De oren: 
Moeten klein lijken. Pluk de oren kaal tot aan de inkeping. De ooraanzet bovenop valt weg in het hoofdhaar. Aan de voorkant kort houden. Overtollige haren uit de gehoorgang plukken.
 
De ogen:
Moeten goed zichtbaar zijn. Pluk lange, overhangende haren voorzichtig weg.
Pluk het haar uit de ooghoeken weg en houdt de neus kort bij de stop.
 
Het lichaam:
Rug en zijkanten vrij kort, geleidelijk overgaand in wat langer haar op de flanken en onder de buik. De Glen moet laag gesteld zijn, wat langer haar onder de buik helpt daarbij. Het moet echter geen echte rok worden (zoals b.v. bij de Schot). Ook het haar onder de buik moet uitgeplukt worden, anders krijg je kleurverschil en het wordt krullerig en zacht.
 
De staart:
Netjes uitplukken, bovenkant ietsje korter dan de onderkant, maar er moet geen vlag blijven staan zoals bij een jachthond. De punt kort houden, zodat de staart kort en dik lijkt.
Indien de Glen gecoupeerd is, de staart kort maken in overeenstemming met de rug.
 
De benen:
Uitplukken zoals op het hoofd. De voeten rondom kort knippen en haren en klitten tussen de voetzolen weghalen.
 
Glens hebben een zeer typisch front, brede borst met gebogen benen en licht naar buiten draaiende voeten.
Accentueer zonodig, maar vermijdt de indruk te wekken van uitdraaiende ellebogen!
Kniehoeking is niet altijd een sterk punt. Maar ook hier kan de trimmer de natuur een handje helpen. Evenals bij een te lage staartaanzet. Laat dan wat langer haar staan op de rug,vlak voor de staartaanzet. 
Teneinde een goede tweede dij te accentueren het haar onder de staart niet te lang laten, het moet wat bol uitstaan.